Pionieren

In feite is het leuk een beetje te pionieren op deze weblog. Eerst waren Frans en ik erg blij met deze weblog, die eerst als web-log was geschreven. Het heeft lang geduurd eer er weer wat jeu en zin kwam. Ik ga het weer proberen. Hopelijk bots ik niet steeds tegen verrassingen aan. We zullen zien: … Uh ja, het lukt alvast niet hier een fotootje te plaatsen. Gr… Nou tabé maar weer. We zien wel.

10 december 2011
By on 17:35
Tranen

 

Van Ina & Gilles kreeg in onlangs een stekje in drievoud gestuurd uit Portugal. Het plantje heet ‘Tranen van Christus’, een typisch zuidelijke naam, vind ik. Waar mijn digivrienden wonen, wordt het geloof veel uitbundiger, potsierlijker en emotioneler gevierd dan in het nuchtere Nederland, het geloof wordt er met veel vertoon publiekelijk doorgegeven, veelal in processies die hun weerga niet kennen. ‘s Lands wijs ‘s lands eer.

 

Het drietal stekjes arriveerde per post in de zomer. Ze oogden schriel maar stevig genoeg. En kijk eens wat ze doen in het karakteristiek onbewogen Nederland van ons? Ze groeien! Ze willen! Ze doen het!

 

Het is de bedoeling dat ze lange uitschieters krijgen, van die tranen met tuiten, zal ik maar zeggen. Ina weet niet hoe blij ik hiermee ben, niet vanwege de tranen maar vooral vanwege het gebaar middels een tastbaar vriendschapsstekje van drie kluitjes. Staan ze er niet pront bij?

 

Denkelijk moet ik ze binnenkort binnenhalen, als het gaat winteren op mijn balkon. Zeker weet ik het niet, maar binnen zullen ze ook wel tot hun recht komen, die tranen. Ik zal zorgen dat ze voortdurend huilen van vreugde terwijl ze volwassen worden onder mijn hoede. Ina & Gilles, dank je wel.

2 november 2011
By on 20:43
Maar je hoeft niet alles te onthouden…

Terwijl ik bij het opstaan de lamellen opentrok en naar buiten keek, tot mijn verrukking de zon zag stralen over het stukje Nijmegen waar ik woon, begon ik vanzelf te zingen, niet zuiver, beslist lichtelijk van de toon af maar diep vanbinnen uit:

 

Quand le soleil/ Dit bonjour aux montagnes/ Et que la nuit rencontre le jour/ Je suis seul avec mes rêves/ Sur la montagne/ Une voix m’appelle toujours

L’écho que m’apporte/ La chanson au bout du vent/ Me rappelle les souvenirs de toi

Quand le soleil/ Dit bonjour aux montagnes/ Je suis seul et ne veux
Penser qu’à toi

Quand le soleil/ Dit bonjour aux montagnes/ Je suis seul et ne veux/ Pense qu’à toi/ Je suis seul et ne veux/ Penser qu’à toi 

(Chanson: Lucille Starr)

 

Dit is een van de Franse liedjes waarvan ik vanuit mijn jonge jaren merkwaardigerwijze de tekst heb onthouden. Lorita zong mee, haalde uit in gekrijs en ging langs de spijlen de kooi rond. Wat een vrolijkheid op de vroege maandagmorgen, als dat maar niet opbreekt vandaag. Ja, soms komt ook de ingepeperde bijgelovigheid spontaan om het hoekje kijken. Wie herkent het niet?

 

Mijn moeder had destijds overal wel een esoterische verklaring voor, waarschuwingen die je de haren te bergen deden rijzen, soms. Ze zei bijvoorbeeld: ‘een kind mag nooit zijn ouders slaan want dan groeit zijn hand later boven het graf uit en ziet iedereen wat hij gedaan heeft.’
Het is een vorm van educatie die doeltreffend indruk maakt op een kind, en zijn levenlang met hem meegaat. Zie je het handje uit het graf steken en wuiven in de wind: kiekeboe, ik hief mijn hand op om mijn vadertje te slaan?
Ik denk dat de mensen vroeger hun wijsheid wel degelijk uit dergelijke voorbeelden moesten halen om hun talrijke kroost op te kunnen voeden. Ik denk ook dat dergelijke uitspraken bij de volkse overlevering hoorden, van generatie op generatie.

 

Hier en nu. Het is een stralende, zonovergoten ochtend. Ik besef dat het liedje van de zon op de berg en het beeld van het enge graf met de zondige hand niet met elkaar stroken. Het heeft iets van Himmelhoch jauchzend, zu Tode betrübt, volgens de oude Goethe. Maar zo werkt het niet bij mij. In mijn gedachtegang is plaats voor vele mogelijkheden tegelijk. Daarom heb ik vanmorgen al zingende de berg betreden en al peinzende het rare graf met de hand bezocht en de spreuk van mijn moeder beschreven. Het zal de laatste dag van oktober wel zijn die deze beelden oproept. Die ingesleten bijgelovigheid van vroeger blijft altijd bestaan, al is het alleen nog maar middels Halloween. Het televisieprogramma was deze week ook al aan allerlei spokerijen aangepast. Vroeger herdachten we de doden vroom, vierden we via de kerk Allerheiligen en Allerzielen; vroom, zeg ik, maar het is eerder een verkapte vorm van het oerheidense gebruik spoken te verjagen. De mensen waren gewoon doodsbang. Christelijke vroomheid bijvoorbeeld biedt evenveel uit angst ontsproten bijgelovigheid als de esoterische ingetogenheid. Het sacrale raakt het profane en is in wezen gelijk aan elkaar.

 

Zo zag ik gisteravond de uitzending van Peter R. de Vries. Ik was geboeid, verbaasd en overrompeld door de waarheid die hij toonde in zijn document over de betrouwbare bankmedewerker en dezelfde persoon in de onbetrouwbare bedrieger en wapenhandelaar. Hier zie je duidelijk de contrasten. Het goede raakt het slechte en ze gaan hand in hand. Het was een meesterlijke uitzending waarvan we als kijker veel hebben kunnen leren. Vind ik. Ik bedoel ook dat het een het ander niet uitsluit. En dat punt is te herleiden in heel veel, misschien wel in alles.

 

We zullen altijd behoedzaam moeten zijn. Bedrog is bedrog en sterker dan we zouden willen geloven. Ik leer elke dag bij. Ik leer ook dat een mens bij zichzelf moet blijven en in zichzelf zal moeten geloven zonder de franje door anderen opgelegd. Er bestaat een grote troost voor ons, mensen. Deze. Je eigen innerlijk is de waarheid. Je innerlijk liegt nooit. Je innerlijk leert je onderscheiden. Geloof in jezelf en verder in niets en niemand. Ontdek de dingen zelf. Onderzoek alles en behoud het goede, zei de oude Paulus. Een regel die ik onderschrijf. O ja, het is een levenslang leerproces en het maakt het leven niet altijd gemakkelijker. Maar wel beter, op den duur.

 

Ook goedemorgen! Het zonnetje straalt nog steeds en ik ga een boterhammetje eten. De vogel roept, ze ziet de zon, denk ik. Och, dat liedje, dat liedje. Ik heb het hier ook nog in onze taal kunnen vinden. Kom, dan gaan we zingen over de zon op de lieftallige berg van vandaag:

 

Wanneer de zon/ De bergen goeiedag groet/ En de nacht de dag ontmoet/ Ben ik alleen met mijn dromen/ Op de berg/ Een stem die me steeds roept

De echo die me brengt/ Het lied op het diepste punt van de wind/ Doet me terugdenken aan mijn herinneringen aan jou

Wanneer de zon/ De bergen goeiedag groet/ Ben ik alleen en wil ik slechts/ Denken aan jou

Wanneer de zon/ De bergen goeiedag groet/ Ben ik alleen en wil ik alleen maar/ Denken aan jou/ Ben ik alleen en wil ik alleen maar/ Denken aan jou

31 oktober 2011

31 oktober 2011
By on 22:40
En morgen is het zondag

 

En als het zondag is, is er ruimte. Tegenwoordig wel. Enkele jaren geleden was dat nog niet zo. Toen was juist de zondag een dag van werk en verplichting. Ik reed vaak op zaterdagavond maar meer nog op zondagmorgen p. B. naar de kerk en ik was meestal zijn vaste assistent als lector in de vieringen. Zo’n taak heeft veel om het lijf. Ik heb alles met grote liefde en toewijding gedaan, met mijn hele hart en mijn hele ziel. Wat is het goed geweest.

 

Ik heb behoefte aan een kanttekening. Zo’n viering ten uitvoer brengen, lijkt eenvoudig, maar is het echt niet. In feite ben je de hele week bezig met de realisering ervan. Het is de overweging die perfect moet zijn, de gebeden die moeten kloppen, de mensen die de juiste aandacht moeten krijgen, bijvoorbeeld de zieken in de kerk of de kapel. Kortom: een viering voorbereiden doe je niet een, twee, drie.

 

En dat hoeft ook niet. Het gaat om de kwaliteit, om de sereniteit, om de heiligheid in dat ene uur. Daar doe je je best voor. Als ik eraan terugdenk, ervaar ik een grote dankbaarheid in me voor al die uren dat ik eraan mocht meewerken en meedoen. Maar nu is de ambitie weg. Ongeveer twee jaar geleden werd alles anders, kon p. B. niet meer voorgaan omdat zijn ziekbed begon en ik was niet werkloos maar op een andere wijze bij hem betrokken: als mantelzorger, want iemand moest het doen en ik ben een perfectionist die eerlijk gezegd daardoor een uitstekende mantelzorg kan bieden – en heeft geboden. Oei, wat een hoogdravend woord van mezelf. maar wat waar is, is waar.

 

Nu is het op. Ik kan niet meer. Ik ben moe. Ik ben aan mezelf toe. De herinneringen aan al die mooie jaren van vieringen, retraites geven, lezingen houden, boeken schrijven en alles samen doen, zijn diep en kostbaar, maar de tijd is gekomen dat het grote zorgen achter me ligt. Ik voel het aan alles. Zoals ik geen leeftijd meer heb voor het grootbrengen van kleine kinderen, zo heb ik geen leeftijd meer voor zorg en strikte verplichting. O jawel, ik gun het mezelf. Ik hunker naar rust, naar stilte en ruimte. Wat voelt dat gegeven momenteel goed. Het is een zaligheid als je de zorgen voorlopig mag en kúnt laten varen. Als je met een gerust hart aan het perspectief genieten bent toegekomen. Je moet het wel zien te behouden…

 

Het leven is zoals het is. En het leven is goed. We hebben het nu samen op rustige manier heel goed. Onze dagen zijn sereen en heel kostbaar. Zonder rompslomp, zonder stress, zonder het labeltje moeten & verplichting, behalve in de zin van goed zijn voor elkaar. Dat doe je vanzelf. Dat is normaal. Dat hoort bij je mens zijn. En dat kun je natuurgetrouw waarmaken. 

 

Ik ben vandaag, hier en nu een gelukkig mens. Een rijk mens, bovenal omdat hij er nog mag zijn en we samen nog heel veel moois, goeds en dierbaars mogen delen. Ja, zoals het leven is, is het helemaal goed.

29 oktober 2011 iv

29 oktober 2011
By on 19:12
Het is maar wat je bezighoudt

Tegenwoordig heb ik de rust ingelast en ik probeer die vast te houden, elke dag weer. Het huishouden doe ik in gedeeltes, koken doe ik niet meer, ik eet een maaltijd uit de diepvriezer of elders, ik verzorg mijn vogel Lorita met veel liefde, ik lees af en toe in een goed boek, momenteel herlees ik Hoe Dan Ook van Frans Boddeke en ‘s middags na de dut trek ik er een paar uurtjes met Frans op uit, als ik tenminste niet te moe ben, want moe ben ik en moe blijf ik, het is bewezen.

 

Ja, de nadagen van het bestaan wil ik koesteren en zodoende mijn broze gestel een beetje sparen. Ik oog flink, maar het blijft bij ogen. Wat de fysieke motortjes doen, voel ik alleen. De spirit is nog goed. Het is te hopen dat die goed blijft. Niemand kan het tevoren zeggen.

 

Na de twee boekpublicaties, dit jaar, was ik afgemat, kapot. Ik voel het nog steeds. Hard had ik gewerkt, hard en veel, aan de beide boeken. Ik ben daarbij een perfectionist. Dat maakt een dergelijk karwei extra zwaar. Maar het werk ligt achter me, het is heerlijk uitrusten en ik voel dat het me goed doet.

 

Daar komt bij kijken dat mijn hoofd erg onvriendelijk is wat betreft geluid en evenwicht. Het evenwichtsorgaan heeft me de laatste twintig jaar veel narigheid bezorgd. En beter wordt het niet. De linkerkant van mijn hoofd is trouwens problematisch ook wat mijn geattaqueerde oog betreft. En de rechterkant is als het ware uitgeschakeld door volkomen doofheid vanbinnen en van buiten. 

 

En toch, toch ga ik door, kan ik doorgaan, met alle handicaps vandien. Is het zo verwonderlijk, vraag ik me af, dat ik zeer op mezelf blijf, en bij mezelf blijf? Wie kan zich inleven in wat ik doormaak, voel, beleef, ervaar, kortom: wat er ten diepste gaande is? Niemand. En dat verlang ik ook niet. Maar dat maakt een mens wel eenzelvig, mij wel. Je kunt nooit uitleggen aan iemand anders wat je allemaal moet doen om overeind te blijven bij alle zwakte in je gestel. Zeker niet als je er ook nog goed uit ziet. En dat onmachtige geeft ergernis, zeker als je domme antwoorden of onzinnige vragen te verduren krijgt. Of als mensen je gaan invullen. Dat gebeurt ook nogal eens. Nee. Ik blijf veilig mijn eigen maatje, houd van al mijn kinderen en van mijn liefste vriend, ik koester mijn vogel zolang ze er nog is en verder vind ik het wel goed. Echte vriendinnen zijn schaars. Ik kan wel zonder. Een boude stelling, iets te stoutmoedig misschien, dat besef ik, maar niet ongegrond. Bovendien heb ik het van huis uit meegekregen. Mijn moeder hield alle potentiële vriendinnen buiten de deur. Wat was haar drijfveer? Ik weet het niet.

 

Maar weet je, als je hulp of vriendschap aanvaardt en je bent nogal  kwetsbaar dan neigt de ander snel van ontferming naar overheersing over te gaan. Dan word je, als je niet oppast, platgewalst als mens, als individu. Ik ken iemand die absoluut de maat niet kan houden in haar goedheid en daardoor overdreven en raar gaat doen, fout op fout maakt en door haar onbesuisde opdringerigheid de vriendschap keer op keer om zeep helpt. Zo iemand is hoe dan ook uitermate vermoeiend. 

 

Ik ben blij met mijn keuze van rust en overzicht, zoveel als mogelijk is. De nadagen van een mens houden een keertje op. Dus mag ik ze op mijn wijze invullen. Ik heb hier niet gezegd dat het altijd even leuk is. Wel het beste en het wijste dat ik kan doen. Wat denk jij?

25 oktober 2011
By on 09:15
Koffiedrinken over de grens

Niks is leuker dan onverwacht een kop koffie gaan drinken in Duitsland.xa0Het geeft een apart gevoel. Alsof je als kind voor het eerst met je ouders de grens overgaat. Onmiddellijk ben je in Duitsland. De hele sfeer is Duits. De huizen, de straten en de wegen zijn Duits. De mensen zijn Duits (de meeste wel). Als je in Kranenburg je auto hebt geparkeerd, is in de bakkerij annex Konditorei het brood, het gebak, de koffie Duits. Het personeel is Duits. De bediening is in het Duits. Kortom: alles en iedereen is Duits. Behalve wij. Het is bijzonder.xa0Al wil ik het liever ontkennen en het heel gewoon vinden in Duitsland te zijn enkel en alleen voor een kopje koffie.

Het was leuk, vanmorgen. We verwenden onszelf onbeschaamd met heerlijke Torte en Benedikter Kaffee. Ik zal wel gek zijn om het met minder te doen. Wat uniek is, moet uniek blijven. En dat was deze heerlijke vakantietrip vanmorgen in de vroege zon van 1 oktober 2011.

1 oktober 2011
By on 20:53
De dinsdag en de dode: dag lief

Ze is gestorven, vannacht of vanmorgen. Ze werd gevonden naast haar bed op de grond. Hoe kwetsbaar was zij geworden. Zondag zagen we haar nog. Ze belde aan met een zak vol pakjes voor de jarige. We zouden haar een dezer dagen bezoeken, beloofden we. Dat doen we nu ook. Zij het op een zwijgende wijze. Zo gaat het in het leven: hallo hier ben ik, dag dag, daar ga ik. We wegen en wikken maar God zal beschikken.

Dat zij in vrede moge rusten. We gaan naar de uitvaart. Ik zeg dan een gedicht. Mijn teksten, die heeft ze namelijk allemaal gelezen, uit vriendschap en interesse. Dag lief.

27 september 2011
By on 11:29
Hoe bestaat het!

Ineens lukt het! Ik ben binnen in mijn eigen home van kameleon. Hiep hiep hoera!

20 september 2011
By on 22:16
Na de middagdut

Daar gingen we welgemoed op weg. Het was na de middagdut. Aanvankelijk dacht ik, het was na de maaltijd, dat we er niet meer toe zouden komen met ons koetsje het land in te gaan.

Maar jawel, daar reden we met plezier langs 's Heren wegen. We wilden naar Bij De Dames gaan in Langenboom, ons geliefde oord van tuin en rust, maar we kwamen uit in het land van Cuijk in het liefelijke Linden. Wat moesten we daar eigenlijk zoeken? Niets, dachten we en reden een doodlopende weg in. 'Echt doodlopend is hij niet,' zeiden we tegen elkaar en waren best benieuwd waar we zouden moeten keren. De tomtom zei echter niets.

Bij een merkwaardige rotonde, waar auto's geparkeerd stonden, stopten we en we zagen een grote plas met bootjes en waterbezeilers – hoe heten die kleine, nieuwe dingen toch waar je wankel op kunt staan en mee om kunt vallen?
Overal terzijde bloeiden de bloemen, vooral de gele die me aan mimosa doen denken, stonden te kust en te keur vrolijk te zijn. Boddevin en ik, we genoten van de verrassing van dit vrolijke waterland.
Langs de rotonde en de doorlopende landweg stonden bankjes en iets verderop een beetje verscholen tussen het groen zelfs een picknicktafel. Dit oord was duidelijk recreatief bedoeld. Hoe heet het hier? We vonden nergens een naam.

Lichte druppels, van die zomers warme die meteen drogen, vielen op ons neer. De lucht was iets zwaarder in zijn kleur grijs maar het was een verrukking daar te zijn en te kijken naar de jeugd op het water met hun moeders, vaders, opa's en oma's als obeservanten aan de veilig droge kant neergezeten. Er werd over en weer gegroet. We kregen energie van de gezelligheid die onverwacht op ons pad was gekomen. We waren in en in tevreden.

We gingen terug en vonden de moed en de kracht langs de opwaartse graskant richting rotonde te klimmen waar de kleine koets stond. Het regende toen we wegreden, tik tik op de voorruit. 'Gezellig,' zeiden we en hadden dorst genoeg om iets verderop in het lieftallige dorp neer te strijken in de Pannecoecke Herberghe, schuin tegenover het weggetje dat naar de dorpskerk voert. Daar ondervonden we vriendelijkheid. Als mensen die bedienen naar me glimlachen, ben ik xf3m. Je kunt er donder op zeggen dat ik daar terugkom, Deo volente. Boddevin dacht er ook zo over.

Tussen de Hollandse buien door genoten we op de terugweg naar huis van een verrukkelijk stukje Brabant. Nabij Gassel werden we bekoord naar de pastorie te rijden, dat heerlijke huis waar we zoveel gastvrijheid hadden ondervonden toen Lidy en Johan er nog woonden als de pastores van de vier dorpen Gassel, Velp, Grave en Escharen. In hun kerken is Boddevin destijds voorgegaan en soms mocht ik hem assisteren als zijn lector. Het zijn beelden die ik koester. Boddevin ook.

We wuifden naar elkaar toen ik wegreed met de koets. Bij Catharinahof schoof een demente zuster als het dagelijkse spookje langs hem heen naar binnen. Het was de vijfde keer die dag dat ik haar zag. Een dolende ziel in burgerkleding. Niemand kent zijn lot. De dingen van het leven gebeuren ongevraagd. De mens moet erin berusten.

Raar eigenlijk. Mijn oude vogel kreeg weer een heftige aanval, bibberde hem uit in stille angstvalligheid en klom daarna weer vrolijk in en uit de kooi. Ze heeft vxe9ren op haar boezempje, ze draagt een truitje, hoe kan het bestaan? Het is na de zomerrui geschied. Hoelang ze het truitje aanhoudt, weet niemand, ook zij niet. Maar nu ziet ze er toonbaar uit. Kijk zelf maar en vergeet niet dat ze al ver over de 50 jaar is. Hier is de kiek, onmisbaar als ze is, mijn kleine, grote groene papegaai Lorita.

Lorita 12 augustus 2011 026 
15 augustus 2011, Lorita in de veren…
Ine V. 22 augustus 2011

22 augustus 2011
By on 15:33
Ik kan niet wachten

Het was een nieuwe stap die we vandaag hebben gezet, ik bedoel na de beproevingen. Of beter gezegd, een hernieuwde stap. We reden vrolijk naar Arcen, genoten daar van lunch en badpret, reden door naar de Kasteeltuinen om bij de beeldhouwster aan te gaan – bij wie we voorheen de engel voor Frans hadden gekocht, alweer een aantal jaren geleden. Zij was echter verdwenen. Haar atelier ook.

Op de brug terug schouwden we de karpers in de vijver. Whaw-whaw, kieuwden ze. Net kleine haaien, maar niet angstaanjagend. Een kleine hond, zwart wit, mocht niet naar binnen en stond geduldig naast haar vrouwtje dat op de brugleuning zat met een ijsje. Het was een regelrecht sprookje vandaag in Arcen. Overal groen gras, groene bomen, welig tierende bloemen en struiken, alles met een Nederlandse hemel erboven: grijs, wit en blauw en af en toe kwam de zon ertussendoor gepiept, bitsig warm omdat we intussen al niet meer aan hem gewend zijn, hij was te lang weg als zomerzon.

Via Langenboom reden we terug naar huis. In Lagenboom duurde het sprookje eerst nog even voort. Er werd op verschillende plaatsen in het tuindeel met de overkapping high tea gehouden. Het viel me op dat er voornamelijk dames aan deelnamen. Het was druk in de tuin. Wij zaten onder de notenboom. Het is onze plek, zeggen ze daar. De grote, blauwe hortensia's, de roze rozen, de akelei, en wat nog meer aan bloeisels, we genoten ervan. Boddevin ging appeltjes rapen die, naar hij later tegen Lisette's dochter zei, voor de papegaai zijn – ons was eerder toestemming gegeven de gevallen appels vrijelijk mee te nemen. Lisette bracht me geld. Huh? Ze had weer een boek verkocht. Ja, het gaat goed met de bloesems in onze koffie.

Over het grote grasveld liepen we door naar de auto. Bij de landweg stonden de twee buurheksjes op wacht, dan liepen ze schuifelend door terwijl ze ruzieachtig telkens naar ons omkeken. Totdat heel onverwacht een enthousiaste bordercollie hun kant uitsprong: ksssst weg beest, sisten ze en joegen met hun armen pushend naar de hond.
Ze zijn het echt, dacht ik hardop, het zijn de heksen! Ja, zei Boddevin, en we lachten smakelijk. De twee keerden om. Gingen ze nu al naar huis? Maar een vijftal collies kwam over het weiland gerend en de heksen voelden nattigheid. Stapperdestap, ging het achter de rollator van de een. De ander sjokte dwaas achter haar aan. Ze bleven achterom blieken. Ze waren boos, dat zei hun lichaamstaal.

Wij babbelden wat met de schaapsherderin die met haar maatje op bezoek was Bij De Dames, de honden waren van haar, en we reden wuivend weg, richting de verstokkelingen op de landweg. Opzij van de voorste riep ik vrolijk uit het raampje: 'Dag dames, het is hier een heerlijk land!' Het was niet te geloven, de aangeroepen ka gromde onverstaanbaar en was nog lelijker dan ze op een afstand al was – precies zoals het in een sprookje een boze heks betaamt. 'Ze voelen zich in hun rust gestoord,' zei Boddevin goedmoedig, 'ze zijn wereldvreemd.' Ja. Ik denk het ook. Hoe bestaat het. 

We reden gesterkt, blij en tevreden weg uit het land van onze dromen. We gingen weer richting ons eigen huis, geen droom maar de schone waarheid. Binnenkort gaan we naar de herderin met de zeven collies. Ze heeft ons haar adres gegeven. We hebben het elkaar beloofd. Ik kan niet wachten. Boddevin ook niet. Hij gaf het toe.
18 augustus 2011

18 augustus 2011
By on 18:57