Terwijl ik bij het opstaan de lamellen opentrok en naar buiten keek, tot mijn verrukking de zon zag stralen over het stukje Nijmegen waar ik woon, begon ik vanzelf te zingen, niet zuiver, beslist lichtelijk van de toon af maar diep vanbinnen uit:
Â
Quand le soleil/ Dit bonjour aux montagnes/ Et que la nuit rencontre le jour/ Je suis seul avec mes rêves/ Sur la montagne/ Une voix m’appelle toujours
L’écho que m’apporte/ La chanson au bout du vent/ Me rappelle les souvenirs de toi
Quand le soleil/ Dit bonjour aux montagnes/ Je suis seul et ne veux
Penser qu’Ã toi
Quand le soleil/ Dit bonjour aux montagnes/ Je suis seul et ne veux/ Pense qu’Ã toi/ Je suis seul et ne veux/ Penser qu’Ã toiÂ
(Chanson: Lucille Starr)
Dit is een van de Franse liedjes waarvan ik vanuit mijn jonge jaren merkwaardigerwijze de tekst heb onthouden. Lorita zong mee, haalde uit in gekrijs en ging langs de spijlen de kooi rond. Wat een vrolijkheid op de vroege maandagmorgen, als dat maar niet opbreekt vandaag. Ja, soms komt ook de ingepeperde bijgelovigheid spontaan om het hoekje kijken. Wie herkent het niet?
Mijn moeder had destijds overal wel een esoterische verklaring voor, waarschuwingen die je de haren te bergen deden rijzen, soms. Ze zei bijvoorbeeld: ‘een kind mag nooit zijn ouders slaan want dan groeit zijn hand later boven het graf uit en ziet iedereen wat hij gedaan heeft.’
Het is een vorm van educatie die doeltreffend indruk maakt op een kind, en zijn levenlang met hem meegaat. Zie je het handje uit het graf steken en wuiven in de wind: kiekeboe, ik hief mijn hand op om mijn vadertje te slaan?
Ik denk dat de mensen vroeger hun wijsheid wel degelijk uit dergelijke voorbeelden moesten halen om hun talrijke kroost op te kunnen voeden. Ik denk ook dat dergelijke uitspraken bij de volkse overlevering hoorden, van generatie op generatie.
Hier en nu. Het is een stralende, zonovergoten ochtend. Ik besef dat het liedje van de zon op de berg en het beeld van het enge graf met de zondige hand niet met elkaar stroken. Het heeft iets van Himmelhoch jauchzend, zu Tode betrübt, volgens de oude Goethe. Maar zo werkt het niet bij mij. In mijn gedachtegang is plaats voor vele mogelijkheden tegelijk. Daarom heb ik vanmorgen al zingende de berg betreden en al peinzende het rare graf met de hand bezocht en de spreuk van mijn moeder beschreven. Het zal de laatste dag van oktober wel zijn die deze beelden oproept. Die ingesleten bijgelovigheid van vroeger blijft altijd bestaan, al is het alleen nog maar middels Halloween. Het televisieprogramma was deze week ook al aan allerlei spokerijen aangepast. Vroeger herdachten we de doden vroom, vierden we via de kerk Allerheiligen en Allerzielen; vroom, zeg ik, maar het is eerder een verkapte vorm van het oerheidense gebruik spoken te verjagen. De mensen waren gewoon doodsbang. Christelijke vroomheid bijvoorbeeld biedt evenveel uit angst ontsproten bijgelovigheid als de esoterische ingetogenheid. Het sacrale raakt het profane en is in wezen gelijk aan elkaar.
Zo zag ik gisteravond de uitzending van Peter R. de Vries. Ik was geboeid, verbaasd en overrompeld door de waarheid die hij toonde in zijn document over de betrouwbare bankmedewerker en dezelfde persoon in de onbetrouwbare bedrieger en wapenhandelaar. Hier zie je duidelijk de contrasten. Het goede raakt het slechte en ze gaan hand in hand. Het was een meesterlijke uitzending waarvan we als kijker veel hebben kunnen leren. Vind ik. Ik bedoel ook dat het een het ander niet uitsluit. En dat punt is te herleiden in heel veel, misschien wel in alles.
We zullen altijd behoedzaam moeten zijn. Bedrog is bedrog en sterker dan we zouden willen geloven. Ik leer elke dag bij. Ik leer ook dat een mens bij zichzelf moet blijven en in zichzelf zal moeten geloven zonder de franje door anderen opgelegd. Er bestaat een grote troost voor ons, mensen. Deze. Je eigen innerlijk is de waarheid. Je innerlijk liegt nooit. Je innerlijk leert je onderscheiden. Geloof in jezelf en verder in niets en niemand. Ontdek de dingen zelf. Onderzoek alles en behoud het goede, zei de oude Paulus. Een regel die ik onderschrijf. O ja, het is een levenslang leerproces en het maakt het leven niet altijd gemakkelijker. Maar wel beter, op den duur.
Ook goedemorgen! Het zonnetje straalt nog steeds en ik ga een boterhammetje eten. De vogel roept, ze ziet de zon, denk ik. Och, dat liedje, dat liedje. Ik heb het hier ook nog in onze taal kunnen vinden. Kom, dan gaan we zingen over de zon op de lieftallige berg van vandaag:
Wanneer de zon/ De bergen goeiedag groet/ En de nacht de dag ontmoet/ Ben ik alleen met mijn dromen/ Op de berg/ Een stem die me steeds roept
De echo die me brengt/ Het lied op het diepste punt van de wind/ Doet me terugdenken aan mijn herinneringen aan jou
Wanneer de zon/Â De bergen goeiedag groet/ Ben ik alleen en wil ik slechts/ Denken aan jou
Wanneer de zon/ De bergen goeiedag groet/ Ben ik alleen en wil ik alleen maar/ Denken aan jou/ Ben ik alleen en wil ik alleen maar/ Denken aan jou
31 oktober 2011